Bier en de man boven de vijftig horen bij elkaar als een terras en een wiebelend tafeltje. Een koud pilsje na het fietsen, een paar glazen met vrienden, een biertje bij de barbecue: het is geen drank, het is bijna cultureel erfgoed.
Maar steeds meer mannen zeggen: ik drink geen bier meer, en als ik het doe dan zonder alcohol.
Want alcoholvrij bier is in opmars. En daar zijn verdomd goede redenen voor. Je slaapt beter zonder alcohol, voelt je de volgende ochtend fitter en krijgt minder calorieën binnen. Bovendien verandert je tolerantie met de jaren. Waar drie biertjes vroeger slechts een lichte vrolijkheid opleverden, kan dezelfde hoeveelheid tegenwoordig eindigen met om drie uur ’s nachts wakker worden en je afvragen waarom je hart zo van slag is.
Ook de gezondheid speelt mee. Minder alcohol betekent doorgaans minder risico op allerlei gezondheidsproblemen. En laten we eerlijk zijn: na je vijftigste wordt het lichaam steeds minder enthousiast over experimenten.
Maar stoppen met bier betekent ook afscheid nemen van een ritueel.
Van dat moment waarop de werkweek klaar is. Van de kroeg, de voetbalclub, de fietstocht en het terras.