Gefeliciteerd, je bent de vijftig gepasseerd en je bent officieel een medisch wonder. Althans, dat denk je zelf. Terwijl je leeftijdsgenoten na drie glazen wijn al met dubbele tong praten, sta jij nog kaarsrecht aan de bar. Het voelt als een biologische middelvinger naar de veroudering.
Alcoholtolerantie
Volgens de statistieken hoor je nu namelijk te lijden. Na je vijftigste neemt de alcoholtolerantie bij de gemiddelde man sterk af. De lever wordt trager, het lichaam houdt minder vocht vast en een avondje doorzakken voelt de volgende dag alsof je bent overreden door een tractor. Hoe kan dat? Is het pure klasse, of is er iets anders aan de hand?
De wetenschap geeft je twee opties. Optie één is het ‘Fitboy-scenario’. Je hebt je spiermassa door de jaren heen goed onderhouden. Spieren bestaan voor een groot deel uit water, en dat water werkt als een spons die de alcohol in je bloed razendsnel verdunt. Voeg daar een set gezegende genen aan toe, met een goed werkend leveren je bent inderdaad biologisch in het voordeel.
Minder heroïsch
Maar er is ook een optie twee. En die is een stuk minder heroïsch. Dat is het scenario van de doorgewinterde drinker. Als je door de jaren heen namelijk trouw en regelmatig hebt gedronken, bouwt je zenuwstelsel een zogenaamde ‘functionele tolerantie’ op. Je hersenen raken simpelweg gewend aan de verdoving. Je lichaam leert de buitenkant perfect te camoufleren. Je praat recht en je loopt strak, maar dat is pure training. Het grote gevaar van deze superkracht is dat de teller vanbinnen wél gewoon oploopt. Je voelt misschien geen kater, maar je lever, je hart en je vaten moeten net zo hard zwoegen.
Wees eerlijk. Welke van de twee opties hoort bij jou?
Beeld: Magnific.com