Ik weet nog zo goed hoe ik vroeger dacht over gasten van boven de vijftig. Man, ik vond ze echt fossielen. Ik dacht oprecht: na de vijftig ben je gewoon klaar. Ik zag mezelf al zitten in een beige bodywarmer, futloos te wachten op m’n pensioen. Maar nu ik zelf die grens over ben? Ik zat er echt totaal naast.
Mentale rust
Wat ik toen niet doorhad, is hoe bizar lekker die mentale rust is. Mijn jongere jaren waren één grote, slopende ratrace. Ik moest me constant bewijzen: de beste zijn op m’n werk, een gezin runnen, een groter huis fixen en overal bij horen. Altijd die stress. Pas nu is die bewijsdrang volledig van me afgevallen. Ik hoef echt helemaal niemand meer te imponeren. Ik weet wie ik ben, ken m’n gebreken en vind het wel best zo.
Geen oppervlakkige vriendschappen meer
De vrijheid die je terugkrijgt is goud. De tropenjaren met de kids zijn voorbij; ze vliegen uit en redden zichzelf. Mijn agenda is weer van mij. Wil ik in het weekend spontaan weg, dan doe ik dat. De grootste kostenposten zijn achter de rug, dus er is eindelijk weer ruimte voor. Ook die oppervlakkige vriendschappen laat ik lekker lopen. Ik steek alleen nog energie in de mensen met wie het écht vet of diepgaand is.
Remmen los
Natuurlijk zie ik in de spiegel dat ik grijs word en m’n lichaam na het sporten wat langer protesteert. Maar mentaal voel ik me fitter en sterker dan toen ik dertig was. Ik zit gewoon veel lekkerder in m’n vel. Die vijftig is helemaal geen eindstation waar het licht uitgaat. Het is juist het moment dat de remmen losgaan en je pas écht relaxed gaat leven. Geloof me, de beste jaren beginnen nu pas.
Beeld: Magnific