Marieke.
Ik was zeventien toen ik haar leerde kennen. Zij was drie jaar ouder en ik was meteen verkocht. Of eigenlijk: totaal van de kaart. Zij zei later dat het bij mij vooral lust op het eerste gezicht was. Misschien had ze gelijk. De liefde kwam bij mij iets later, maar toen die eenmaal toesloeg, was er geen houden meer aan.
We zijn zes jaar samen geweest, waarvan vier jaar onder één dak.
Tot het misging. Na de miskraam veranderde alles. We gingen allebei anders met ons verdriet om. Zij trok zich terug, ik zocht mijn vrienden, de kroeg, afleiding. Alles behalve het gesprek dat we eigenlijk moesten voeren. Na bijna een jaar langs elkaar heen leven, was het voorbij.
Ik wilde dat helemaal niet. Ik had haar graag gehouden. Ik zag haar als de vrouw met wie ik kinderen zou krijgen en oud zou worden. Dat hele plaatje lag klaar. Alleen niet meer voor ons.
Vier jaar later ontmoette ik Saskia. Een lieve, betrouwbare vrouw. Gevoelig, warm, verstandig. Eigenlijk precies het tegenovergestelde van Marieke. Met Saskia kreeg ik een mooi leven en twee kinderen. Ik hield van haar. Echt. Maar was ik verliefd? Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk nooit zoals bij Marieke.
Er was geen vuurwerk. Wel veiligheid. En misschien heb ik veiligheid destijds verward met liefde. Of misschien had ik op dat moment gewoon iets anders nodig.
Saskia verdient iemand die wél iedere dag denkt: dit is de vrouw van mijn leven. Daarom heeft ze de scheiding uiteindelijk ook zelf gewild. Ik kan haar dat niet kwalijk nemen.
En nu ben ik alleen. En denk ik dus weer aan Marieke.
Ik heb haar opgezocht. Natuurlijk. Facebook, LinkedIn, een beetje online rechercheur spelen op een manier waar ik vroeger waarschijnlijk mijn wenkbrauwen bij had opgetrokken.
Ze woont nog steeds in dezelfde stad. Ik weet waar ze werkt. Ik zag dat ze kinderen heeft. Maar verder weet ik niets.
Heeft ze een man? Is ze gelukkig? Denkt ze überhaupt nog weleens aan mij?
En dan die ene vraag waar ik eigenlijk een beetje bang voor ben:
Is die vonk er nog als we elkaar na al die jaren weer zien?
Misschien is dat precies waarom ik haar niet durf te benaderen. Want wat als die eerste liefde nog steeds ergens zit? Of erger: wat als ik ontdek dat ik al die jaren vooral verliefd ben geweest op een herinnering? Ik ben inmiddels boven de vijftig. Ik zou inmiddels moeten weten dat je niet iedere deur opnieuw hoeft open te doen.
Maar verdorie. Sommige deuren blijven toch trekken.