
Ik kijk liever naar de Netflix-serie die ze van misdaadromans bakken. Niet vanwege het gemak, maar meer omdat ik in diezelfde tijd liever een roman of non-fictie lees.
Met de Cool Machine – het derde en laatste deel van Colson Whiteheads Harlem-trilogie – is het dit keer toch een ander verhaal (letterlijk en figuurlijk). Vier redenen waarom.
Ten eerste. Het verhaal speelt zich af in het New York van de jaren tachtig en volgt opnieuw Ray Carney, een succesvolle meubelhandelaar in Harlem die tegelijkertijd een geheim leven als heler leidt. Het rauwe beeld dat Whitehead intussen van de stad schildert, is zo herkenbaar voor mij dat ik weer even terug ben in de buurt van 42nd street. In de jaren 80 bezocht ik New York namelijk voor het eerst en meteen een onvergetelijke ervaring. Ik was mij, net als ieder ander waarschijnlijk, als onbevangen jongeman niet erg bewust van alle gevaren om mij heen. Maar dat de stad in verval was, was in die jaren onmiskenbaar.
Ten tweede. Het boek, een misdaadroman, draait om de kleine criminelen in de Big Apple die alles doen om het hoofd boven water te houden. Toegegeven, er vloeit voldoende bloed, maar de grote maffiapraktijken blijven buiten beeld. Het zijn juist die kleine boeven die elke dag moeten sappelen, dat maakt het boek extra aantrekkelijk. De Godfather en de rivieren van bloed kennen we nu wel.
Ten derde. Carney is eindelijk een gerespecteerd (zwarte) burger met een meubelzaak en de misdaden van weleer liggen achter hem. Maar toch blijft het gevaar (of het avontuur) altijd lonken. Wanneer zijn vrouw Elizabeth geen lening krijgt voor haar reisbureau, ziet Carney zich genoodzaakt om opnieuw een kraak te zetten. Later komt hij opnieuw in actie om de zoon van zijn overleden neef Freddie te redden. Samen met de gewelddadige Pepper belandt hij opnieuw diep in de New Yorkse onderwereld. Die eeuwige strijd van de dief van toen versus de brave man van nu is fascinerend beschreven. Cool Machine is daarmee een prachtige roman over de worstelende mens en zijn bestaan waarin toevallig de NY misdaad een hoofdrol opeist.
Ten vierde. Whitehead gebruikt de misdaadverhalen ook om de veranderende stad (tijd) te laten zien: vastgoedfraude, diefstal van coaxkabels, ongelijkheid, politieke corruptie en racisme zijn de moderne misdaden. Onder het regime van de cowboy president Reagan viert het kapitalisme hoogtij. Diefstal, afpersing, en bloedige afrekeningen behoren echt tot het verleden. Witteboordencriminaliteit is de nieuwe realiteit.
Het boek is daarmee niet alleen een misdaadroman, maar ook een scherp en indringend portret van een worstelend en snel veranderend New York en van de morele keuzes van mensen die er proberen te overleven. Overigens verzucht Carney aan het eind van het boek: NY is en blijft een lastige stad, maar waar zou je anders willen wonen?
Cool Machine van Colson Whitehead is verschenen bij Atlascontact
Beeld boven: Imagebyfreepik
Beeld boek: AtlasContact