Je kent het gevoel. Je gaat met z’n tweeën een hapje eten. Niet sterrenniveau, niet met champagne en kaviaar, gewoon een gezellig avondje uit. Voor je het weet staat er een rekening van 157 en nog wat euro op tafel. Twee hoofdgerechten, een drankje, een dessert en een koffie. Een dessert van 10.50 euro??
De vraag dringt zich op: hoe lang blijft dit nog normaal?
Want vreemd genoeg zitten de terrassen en restaurants nog steeds vol. Op vrijdagavond is reserveren vaak noodzakelijk. Alsof niemand last heeft van de inflatie.
Toch is er iets aan het verschuiven.
Steeds vaker lijkt horeca een luxeproduct te worden voor mensen die hun financiële basis al hebben gelegd. De generatie boven de vijftig heeft vaak een afgeloste of bijna afgeloste hypotheek, wat spaargeld en een hoger besteedbaar inkomen. Voor hen is een etentje duur, maar nog wel haalbaar.
Voor veel jongere gezinnen ligt dat anders. Die kijken eerst naar hypotheek, energie, kinderopvang en boodschappen voordat ze besluiten of er nog ruimte is voor een avond restaurant.
Natuurlijk heeft de horeca ook een verhaal. Personeel is duurder geworden. Energie kost meer. Huren stijgen. Inkoopprijzen zijn fors gestegen. Een restauranthouder wordt niet automatisch rijk van een dure kaart.
Maar er zit een grens aan wat consumenten accepteren.
Wanneer een cappuccino richting de prijs van een eenvoudige lunch gaat en een nagerecht meer kost dan vroeger een compleet hoofdgerecht, ontstaat een ongemakkelijke vraag: betaal je nog voor kwaliteit of vooral voor het systeem eromheen?
Misschien moeten we stoppen met doen alsof dit normaal is. Want als een avond uit straks alleen nog bereikbaar is voor mensen met een goed pensioen of een flinke overwaarde, verliest de horeca iets essentieels. Dan wordt gastvrijheid een privilege. En dat zou voor een sector die draait om ontmoeting een opmerkelijk treurige ontwikkeling zijn.
Hoe beleef jij dit? Moet kunnen of gewoon absurd?
Beeld: Facebook