Er was een tijd dat mannen geruisloos opstonden. Tegenwoordig heeft elke beweging een eigen soundtrack: ‘Euuugh…’ , ‘Òh’. Of de langgerekte versie: ‘òòòòòh’, ‘phoephoe’, de ‘hèhè. Of de diepe ÀÀH’ Alsof ik Rafael Nadal op de bank heb.
Soms zelfs een geluidscombinatie in één beweging. Alsof zijn gewrichten eerst onderling moeten overleggen of dit echt de bedoeling is. Ik hoor dit luide mannengekreun de laatste tijd steeds vaker. Op een terras. Bij vrienden. Op kantoor. Het volume staat overigens volledig los van de inspanning. Er zijn momenten waarop ik oprecht twijfel of hij gewoon opstaat van de bank of midden in een seksscène zit. Het lijkt wel: hoe kleiner de beweging, hoe groter het geluid.
Valt wel mee
Het gekke is dat de heren het zelf totaal niet lijken te merken dat ze het doen.
Vraag je ernaar, dan kijken ze je verbaasd aan: “Ik? Nee hoor, valt wel mee, toch. Heb je jezelf wel eens gehoord.” Oké, ook niet altijd geruisloos, je hebt een punt, maar toch. Aantrekkelijk is het niet. Tenminste, ik ken geen enkele vrouw die ooit tegen haar vriendin heeft gezegd: “Hij stond luid kreunend op uit die loungestoel… man, daar werd ik zó opgewonden van.”
En nu komt het mooie: Wetenschappelijk klopt het als een bus. Want met de jaren worden onze spieren stijver, gewrichten minder soepel en kost een beweging simpelweg meer inspanning. Zo’n kreun is vaak niets meer dan een onbewuste manier om spanning kwijt te raken tijdens een inspanning. Eigenlijk heel logisch.
Fascinerend
Maar logisch of niet, het is een fascinerend fenomeen. Wij vrouwen pakken het trouwens iets anders aan, wij onderhandelen eerst met de situatie. Valt er iets op de grond, is de eerste gedachte niet: ik pak het op. Nee, de eerste gedachte is: heb ik dit vandaag nodig? Is het antwoord ja, dan blijken ineens mijn tenen verrassend multifunctioneel. Is het nee, schuif ik het onder de eerste de beste kast. Vraag over drie maanden niet waar je oplader eigenlijk ligt.