Saskia: ‘Weet je… ik betrap mezelf de laatste tijd op gedachten waarvan ik vroeger zou zeggen: rustig aan, dame, straks ga je nog geloven dat je weer midden in het spel zit.
Maar goed, ik bén 54. Alles netjes voor elkaar: huis, werk, leven — en ja, een mening waar je u tegen zegt. En toch sluipt er iets naar binnen. Iets dat zegt: het zou best weer spannend mogen worden. Niet omdat ik iemand nodig heb — laten we dat misverstand meteen de kop indrukken — maar omdat het leuk is. Iemand die je aankijkt alsof er nog iets te ontdekken valt. Iemand die je laat lachen… of je een beetje uitdaagt.
En dan kom je dus uit bij mannen van boven de 50. Tenzij ik een bril opzet die mij minstens tien jaar jonger maakt, maar laten we eerlijk blijven. Maar waar ik me dus echt over verbaas: hebben ze nog trek? Niet in een goed glas wijn of een comfortabele stoel — dat zit wel goed — maar in het spel zelf. In het verleiden. In het nét iets te lang kijken. In het risico nemen dat het misschien niet vanzelf gaat.
Want ze zeggen het wel hoor: dat ze me leuk vinden “zoals ik ben”. En geloof me, dat ben ik ook. Maar “zoals ik ben” betekent óók dat ik niet altijd in hun schema pas. Dat ik soms ineens zin heb om iets anders te doen dan hun heilige woensdagavondritueel. En dan zie je het gebeuren: een kleine paniek achter die rustige ogen. Alsof spontaniteit een spier is die ze al jaren niet meer hebben getraind.
Ze willen het graag makkelijk. Licht. Zonder gedoe.
Alsof aantrekkingskracht iets is wat vanzelf blijft branden zonder dat je er af en toe een beetje zuurstof bij geeft. Maar ik… ik ben geen meubelstuk dat je gezellig neerzet wanneer het jou uitkomt. Ik ben eerder zo’n stoel waar je even aan moet wennen — maar als je eenmaal goed zit, wil je niet meer opstaan. En het gekke is: juist die mannen intrigeren me. Omdat je soms ziet dat het er nog wél zit. Dat kleine vonkje. Dat verlangen dat ze zelf bijna vergeten zijn.’