Mannen van wie we houwen

mannenpraat

Tot aan het eind de baas

Op de rouwkaart stond ‘Tot aan het eind de regie’. Dat verbaasde mij niet. Frits zat nergens gewoon in een bestuur, hij was overal voorzitter.

Op de universiteit had hij een lange carrière achter de rug, zijn hele leven stond in het teken van de wetenschap, hij promoveerde twee keer. Hij ging nooit op vakantie, hij ging op studiereis. Hij las nooit een gewone roman, Frits las een wetenschappelijke publicatie. Een tijdschrift was al gauw te popi en zelfs de NRC ‘ging de verkeerde kant op’. Het was een aardige kerel maar je kon nooit iets vrijblijvends zeggen. Het konijn van onze buren lag zomaar dood in zijn hok, ho ho dat was niet ‘zomaar’, Frits mailde een diergeneeskundig onderzoek uit 1996.

‘Tot aan het eind de regie’ betekende ook dat hij zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap had gesteld. Ik was dus niet op een begrafenis of bij een crematie, ik was bij een herdenking.

Waar wij elkaar liefdevol de ene Frits-anekdote na de andere vertelden, soms verweven in een toespraakje. ‘Al op vijfjarige leeftijd’, vertelde zijn volwassen zoon, ‘kon ik uitleggen waarom een fluitketel op een bepaald moment gaat fluiten en waarom de meeste dakpannen rood van kleur zijn’. Zijn vrouw vertelde dat ze veel lichamelijke klachten voor haar man verzweeg, anders werd er over niets anders meer gepraat. Haar standaardgrap was dat ze haar lichaam al tijdens haar léven ter beschikking van de wetenschap had gesteld.

‘Tot aan het eind de regie’ betekende ook dat Frits nadrukkelijk had aangegeven wie er eventueel mocht spreken. En wie beslist niet. Dat was nogal een teleurstelling voor zijn zwager Arie-Jan. Arie-Jan stond bekend als grappenmaker, nou dan weet je het wel. Want het kenmerk van de meeste grappenmakers is dat ze bijna nooit echt grappig zijn. Stop met praten wanneer ze je zo gaan noemen! Arie-Jan, altijd met strooien hoedje, belde nooit aan maar bonsde hard op de deur. Nou Arie-Jan, oei oei, en óf we schrokken! Arie-Jan deed aan kunstdrollen, die hij in de gang achterliet en dan de hond de schuld gaf. Arie-Jan had bij een eerdere begrafenis ‘leuk willen doen’. Hij zei over de overledene, staande naast de kist: ‘Verleden week was hij nog erg gestrest, vandaag doet hij het rustiger aan’. Ik bedoel maar, geef Frits eens ongelijk, vandaag dus geen speechende Arie-Jan. Maar de grappenmaker was wel in de aula, dus ik dacht ongerust: hij zal de speech-afspraken toch wel respecteren? Dat deed hij, maar ik herinnerde mij een interview met een begrafenisondernemer, een jaar geleden. Deze vertelde, nog steeds onthutst: ‘Er mocht een keer iemand beslist niet spreken, een ex, maar weet je wat die persoon, die eikel, had gedaan?’ Toen iedereen schuifelend de aula verliet om naar de auto’s te gaan, zat achter iedere ruitenwisser een A4-tje met de speech die niet gehouden mocht worden’.

De bijeenkomst was waardig. ‘Tot aan het eind de regie’. En naar bleek, ook daarna. Want toen ik, bij mijn auto aangekomen, niets zag, wist ik dat het Frits helemaal gelukt was.

(Ook de vrouw van Frits stelde haar lichaam ‘ter beschikking’)

Dit verhaal komt uit de Nagelaten Werken van hoofdredacteur, schrijver en columnist Rob van Vuure.

Foto: Image by jcomp on Freepik

Deel dit artikel via:

Falder.nl is de grootste mannen 50+ site van Nederland.
Vind je dit een leuk bericht? Like dan onze Facebook-pagina.

MANNENPRAAT