Jeugd

toen

Het mooiste voetbal speelde je op straat (2)

Weet je het nog? Straatvoetbal. De jassen als doelpaal, het kiezen van teams, de boze buurman (!).

Er is nu een heus boek verschenen over het fenomeen waar we als jongetje (dat wil zeggen vanaf een bepaalde leeftijd) allemaal mee zijn opgegroeid: straatvoetbal. Over de plekken waar we voetbalden, de doelen, de bal, het poten en kiezen van teams en honderden citaten van beroemde Nederlandse voetballers als Cruijff, Van Hanegem, Moulijn en Rep.

Falder belicht in een korte serie de fascinerende en veelzijdige wereld van het straatvoetbal naar aanleiding van het boek Straatvoetbal geschreven door Rob Siekmann, die zelf 50 jaar amateurvoetbal speelde. 

In deze tweede aflevering staan we stil bij de bal, het kiezen van een team en straat- en buurtteams.

God, ja, de bal. We hebben er wat verspeeld! Kapotgeschoten in het prikkeldraad, kapot gesneden door de buurmannen, omdat ze zogenaamd een zeldzame bloem hadden geknakt (nog dank daarvoor, NOT!), op een eenzaam dak geschoten en gestolen. Over het algemeen waren de ballen van plastic, leer konden we niet betalen. Bovendien speelde je op gewone schoenen en op straat of beton.

Rob Siekmann stelt terecht vast: het straatvoetbal had Spartaanse trekjes, maar je techniek werd daardoor steeds beter.

Rubberen ballen of tennisballen waren ook populair. Bij de Hema kon je een redelijke – en vaak ook een wat zwaardere – bal kopen voor drie kwartjes (gulden tijdperk). Of we speelden met een ballon, vaak in huis en met de stapelbedden als doel. Met 4 broers was er altijd in techniek te oefenen. Met een ballon kon je prima leren koppen bijvoorbeeld.

In het boek staat een mooie anekdote over Foppe de Haan die langs de deuren ging om geld in te zamelen voor een leren bal. Een soort crowdfunding avant la lettre. Uitkomst was een leren bal, compleet met potje vet, die je mee naar huis mocht nemen en met de grootste zorg moest behandelen. Wee je gebeente als je het verklootte!

Het kiezen van de teams uit de straat gebeurde aan de hand van het zogenoemde poten.

Wie het poten won, mocht als eerste kiezen. Twee jongens stonden tegenover elkaar, liepen naar elkaar toe met steeds de hak van de schoen tegen de punt van de andere schoen. Wie als eerste de afstand overbrugde won en mocht als eerste kiezen. Er werd ook wel een halfje, of zelfs een kwartje, gezet omdat je dan beter uit zou komen. Want het was super belangrijk om de beste – of de grootste, gemeenste (?) – speler te kunnen kiezen. Merkwaardig dat er niet gewoon werd getost eigenlijk, maar volgens Siekmann is dat de charme en de aantrekkingskracht van het straatvoetbal. De spanning werd tijdens het poten al opgebouwd!

Soms kon het poten worden overgeslagen omdat je tegen teams uit een andere straat of buurt voetbalde. Je had namelijk zelfs heuse stratencompetities! Willem van Hanegem herinnert zich in het boek nog: ‘In Utrecht had je veel straatvoetbalteams. Ik startte bij een clubje DOW aan de Daalsedijk. Maar de vader van een klasgenoot wilde dat ik bij hen in het centrum kwam spelen, hij had een broodjeszaak, dus dat klonk aanlokkelijk: de ploeg van Het Centrum. Ik kreeg broodjes en soms een mooi pak. Het ronselen was begonnen!’

In de volgende en laatste aflevering gaan we dieper in op het keepen, oefenvormen en veel citaten van bekende voetballers.

 

 

Het boek Straatvoetbal van Rob Siekmann is nu te bestellen via bijgaande QR-code.

Deel dit artikel via:

Falder.nl is de grootste mannen 50+ site van Nederland.
Vind je dit een leuk bericht? Like dan onze Facebook-pagina.

MANNENPRAAT